De bezuinigingsmaatregelen bij de Nederlandse Taalunie betekenen een zware slag voor de neerlandistiek extra muros. Daarom heeft de ANBF zich aangesloten bij de collega's uit andere landen die daartegen hebben geprotesteerd.

Ook in landen of regio’s waar het onderwijs Nederlands als vreemde taal ingebed is in een curriculum dat gefinancierd wordt door de eigen overheid, zijn de bezuinigingsmaatregelen funest. In Franstalig België bijvoorbeeld vormen de zomercursussen van de Nederlandse Taalunie een unieke gelegenheid voor veel studenten om hun vooroordelen over het Nederlands en hun Vlaamse landgenoten over boord te gooien. Met name voor studenten uit sociaal-economisch minder bedeelde milieus betekenen deze cursussen een extra belangrijk zetje in de rug.

Ook voor andere initiatieven zijn we aangewezen op de steun van de Taalunie: veel grensoverschrijdende projecten – en dan denken we bij de ANBF vooral aan contacten tussen Noord-Frankrijk, Vlaanderen en Wallonië in het zuiden, of in het noordwesten tussen Belgisch Limburg, Nederlands Limburg, de Duitstalige regio en Wallonië – krijgen een extra dimensie als de Franstaligen die Nederlands leren dat niet alleen in de reguliere lessen of colleges doen, maar ook via tandemleren, excursies, gezamenlijke activiteiten met Nederlandstaligen, lezingen van Nederlandstalige sprekers, etc. Dat alles gebeurt mede dankzij de Nederlandse Taalunie…

We hopen onze leerlingen, cursisten en docenten onveranderd kennis te laten maken met de Nederlandse taal en cultuur, maar daarvoor hebben wij, net zoals onze collega’s in andere landen, de onverminderde steun van de Taalunie nodig.

Lees de volledige brief in de bijlage (alleen voor leden).